Dubbele groepsschuilplaats op palen
Dit is een bijzondere groepsschuilplaats: een dubbele op palen. In de mobilisatieperiode 1939-1940 zijn circa 850 groepsschuilplaatsen gebouwd op de forten en in het omliggende linielandschap. Zij waren bedoeld als schuilplaats voor circa tien man (een groepseenheid) bij artilleriebeschietingen en vliegtuigbombardementen, als de loopgraven tussen de schuilplaatsen onvoldoende dekking boden. Deze twee groepsschuilplaatsen zijn pal tegen elkaar gebouwd. Dit komt nergens anders voor.
De groepsschuilplaatsen wegen 300.000 kilo per stuk. Vanwege de zachte ondergrond in dit veenweidegebied zijn zij elk op twintig betonnen funderingspalen gebouwd. Om een optimaal schootsveld te krijgen zijn deze groepsschuilplaatsen middenin het inundatiegebied gebouwd, in plaats van aan de rand, zoals gebruikelijk. Vandaar de hoge palen, zodat er bij inundatie geen water naar binnen kon stromen.
Aanvankelijk waren de palen niet zichtbaar, omdat de groepsschuilplaatsen bedekt waren onder een beschermende laag zand. In het zandplateau om de groepsschuilplaatsen waren loopgraven en opstellingen voor mitrailleurs gegraven. Zij lagen dus niet ‘eenzaam’ in het landschap zoals nu, maar waren ingebouwd in een zogenaamd groepsnest. Van hieruit kon het omliggende gebied worden gecontroleerd en beschoten. Ook kon ondersteunend flankerend vuur worden afgegeven naar de droog blijvende toegangswegen (accessen) de Nieuwe Weg en de Maarsseveense Dijk.
Na de oorlog is het zand afgegraven en weggevoerd om elders gebruikt te worden.
Uitgebreide informatie
In de vechtstreek bestaan plassen en meren. Plassen zijn door de mens ontstaan, of door vervening of door ontzanding. Meren hebben een natuurlijke oorsprong. In de vechtstreek is dit het Naardermeer, de rest van één van de vele meren die 4000 jaar geleden in het vechtdal hebben gelegen. Twee maal is geprobeerd het Naardermeer droog te maken, doch dit is twee maal mislukt. De Horstermeer heeft ook een natuurlijk ontstaan, maar is in de 19de eeuw drooggemaakt.
De meeste plassen van de vechtstreek zijn ontstaan door de vervening in de 16de tot 19de eeuw. In de 20ste eeuw zijn een aantal plassen gebruikt voor zandwinning, de Spiegelpolderplas is aangelegd voor de zandwinning. Bij de vervening ontstond een landschap met petgaten en legakkers. Op een aantal plaatsen zijn de petgaten verland en ontstond een moeraslandschap, dit gebeurde vooral langs de oostrand van de Oostelijke Vechtplassen. Op de meeste plaatsen zij de legakkers weggeslagen en ontstond een open plassengebied.
- Eind 19de eeuw crisis in de landbouw door instorten graanmarkt
- Verbetering in verzorging en voeding vee leverde grotere melkproductie op
- Opkomende industrie in pasteuriseren en verwerken kaas concurrentie voor kleine boeren.
- Door opkomst kunstmest en verbeterde waterhuishouding nam productie land toe
Groei bevolking zorgde voor grotere vraag tuinbouwproducten en dus toename tuinbouwteelt
Voorjaar
De grote hoeveelheden wintergasten verdwijnen nu van de plassen, het broedseizoen is begonnen.
Vroeg in het voorjaar legt de grauwe gans zijn eieren in een nest op de oever tussen het riet en de struiken. De fuut begint ook vroeg met een drijvend nest dat heel kwetsbaar lijkt maar toch wel wat golfslag kan verdragen. Later in het voorjaar begint de meerkoet te nestelen. Heel speciaal is het broeden van de krooneend in de Vechtplassen. Deze eend eet heel graag kranswieren en groot nimfkruid, nu deze soorten in verschillende plassen weer veel voorkomen wordt de krooneend een veel voorkomende gast en broedvogel in de Botshol, de Vinkeveense Plassen en het Naardermeer. Langs de plassen in de rietzones laten de zangvogels, zoals de kleine karekiet zich nu horen.
Winter
Door het hele jaar heen zijn de plassen flink in trek bij de recreanten. Niet op alle plassen mag er gerecreëerd worden. Verschillende plassen, zoals de Botshol, zijn in het broedseizoen gesloten. Op de Loenderveense Plas wordt niet gerecrëerd in verband met het gebruik van het water van deze plas voor drinkwater voor Amsterdam.
De plassen hebben een goede visstand en zijn geliefd bij de sportvisser. Door de mindere voedselrijkdom is de visstand van de Vinkeveense Plassen kleiner dan in de andere plassen, Er leven grotere exemplaren van snoek, baars en snoekbaars en dat trekt veel vissers. In de ondiepe plassen vinden we veel brasem, blankvoorn en karper. Overal langs de plassen kunnen visbootjes worden gehuurd.
Door de helderheid van de diepe,plassen zijn deze plassen zeer in trek bij de duikers. Zowel bij de Spiegelplaspolder, als ook in de Vinkeveense Plassen zijn goede duiklocaties aangelegd.
's Zomers wordt er veel gezeild. Vooral de Loosdrechtse Plassen, Vinkeveense plassen en de Wijde Blik zijn van groot belang voor de zeilsport. Overal liggen jachthavens.
Zodra er ijs ligt wordt er geschaatst, de ondiepe plassen zijn dan druk bezet. Zodra het ijs betrouwbaar is worden er veel toertochten gereden. De diepe plassen zoals De Wijde Blik, de Spiegelpolderplas en de noordelijke Vinkeveense Plas vriezen niet dicht, hier kan alleen langs de kanten geschaatst worden.