Toegankelijkheid

Skip to main content

De ‘encyclopedie’ van de Vechtstreek

Buitenplaatsen en kastelen, historische dorpen en parkbossen en weidse plassen en weilanden wisselen elkaar continu af. De Vecht kronkelt hier doorheen en verbindt al deze elementen. De streek is een groene oase tussen de verstedelijkte gebieden van Amsterdam en Utrecht. Niet voor niets wordt de Vechtstreek ook wel 'het buiten van de Randstad' genoemd. Het cultuurlandschap van de Vechtstreek is niet alleen bepaald door de diverse landschappen, maar ook door het ingrijpen van de mens in dat landschap in de loop van de tijd.

Een streek vol variatie aan cultuur, historie, landschappelijk schoon en recreatie

Gebruik onze Web App

Alle informatie voor uw ontdekkingstocht 'in het veld' vindt u in onze App

Agrarisch bedrijf 1870-1940

Internationaal maakte de agrarische wereld in de periode 1878-1895 een crisis door. De veeboeren merkten hier niet zo veel van daar vooral de graanmarkten instortten en de veeboeren daardoor juist goedkoop graan konden kopen. Hiermee werd het bijvoeren met krachtvoer, vooral in de winter gewoon goed. Het kwam de melkproductie ten goede. Mede door een verdere gerichte fokkerij werd de melkgift per koe steeds groter.

Natuurlijke meren en veenplassen

De westelijke veenplassen,de Vinkeveense Plassen en de Botshol, vertonen het zelfde beeld. Bij de Vinkeveense plassen overheerst de openheid, bij de Botshol juist de beslotenheid. In de Loosdrechtse Plassen en de Vinkeveense Plassen zijn veel legakkers in gebruik voor de recreatie. Op een aantal zijn ligweiden aangelegd, andere zijn in gebruik voor de verblijfsrecreatie, vaak is hier een recreatiewoning op gebouwd. De natuurlijke begroeiing van de legakkers bestaat uit struiken zoals bramen en enkele elzen en wilgen. Deze legakkers werken als coulissen in het landschap. Langs de randen van de akers bestaan uit een begroeiing van lissen en riet overgaand in een zone van waterlelies en plompen. In de loop van de tijd zijn veel legakkers weggeslagen en rest slechts een deel onder water. Dit veroorzaakt voor de watersport verradelijke ondiepten.

In de 20ste eeuw werd het mogelijk om de dieper liggende zandlagen te gaan gebruiken. Uit de Wijde Blik werd zand gezogen voor de aanleg van steden en wegen. De Spiegelpolder, de Grote- en Kleine Maarsseveense plas en de Vinkeveense Plassen volgden. Hier ontstonden plassen met een diepte tot 40 m. Dit veranderde het karakter van de plas, de invloed van de legakkers verdween en hier en daar ontstond een gevaarlijke golfslag. Ter bescherming van de achterliggende legakkers en van de originele oevers zijn in de Vinkeveense Plassen en ring zandeilanden aangelegd die gebruikt worden voor de dagrecreatie en de korte verblijfsrecreatie.

Kenmerken

  • De verscheidenheid van open en gesloten
  • De open plassen met watersport
  • De beslotenheid tussen de legakkers en de petgaten
  • De rijke natuur met watervogels en waterlelies

Verbetering van het land

Dagrecreatie

Door de vraag van de steden en het Gooi naar tuinbouwproducten ontwikkelde zich in de Vechtstreek veel tuinbouw. De Horstermeer werd een belangrijk centrum voor tuinbouw en ook in de Ronde Venen kwam de tuinbouw snel opzetten. In 1917 werd in Vinkeveen een groenteveiling gesticht. Door het ernaast gelegen station kon de groente snel naar de steden vervoerd worden. In 1980 werd de veiling gesloten.

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940 had ook voor de agrarische sector grote gevolgen.

Text B

andere tekst....

Door de meerdere wetenschappelijke kennis werd het gewoon dat de melk die naar de steden werd gebracht eerst gepasteuriseerd werd. Hiermee werd de kans op uitbraken van tuberculose en andere besmettelijke ziekten aanzienlijk verminderd. Pasteuriseren was op het bedrijf niet mogelijk en melkfabrieken werden opgericht. Deze fabrieken produceerden ook veel fabriekskaas. Daarmee moest de zelfkazende boer concurreren met de goedkoper werkende fabriek. Zij deden dit door zeer veel aandacht te schenken aan de kwaliteit van de kaas.
De grote wereldcrisis van de dertiger jaren van de vorige eeuw zijn ook voor de boeren in de Vechtstreek niet ongemerkt voorbij gegaan. Margarine deed zijn intrede en daarmee verslechterde de afzet van boter. De exportmogelijkheden namen sterk af. Deze crisis was echter wel de start van een sterke, door de overheid gestimuleerde, modernisatie van het landbouwbedrijf die na de tweede wereldoorlog vorm kreeg.

Eerste bewoning & agrarisch bedrijf

Hoewel de Romeinen en later ook de Vikingen de Vecht gebruikten en de rivier in de vroege middeleeuwen een belangrijke handelsroute was tussen de Oostzeelanden en het Rijnland, bleef eerste bewoning beperkt tot de oeverwal en een paar hoger gelegen plekken in het zompige veenmoeras waaruit de Vechtstreek bestond. Daarin kwam pas verandering nadat in 953 Bisschop Balderik de wereldlijke macht kreeg over het stroomgebied van de Vecht.

Nieuwe landbouwgronden, nodig om de groeiende bevolking te voeden, werden gevonden in de ontoegankelijke veenmoerassen die de natuurlijke grens vormden tussen het Graafschap Holland het gebied van de bisschop van Utrecht – het Sticht. Zo ontstond hier het altijd zo belangrijk gebleven agrarisch bedrijf.

Grote ontginning & waterhuishouding

Bewoning en agrarisch bedrijf werden dus pas mogelijk nadat het drasssige land ontwaterd werd tijdens de Grote ontginning, toen ontwateringssloten dwars op de rivier werden gegraven zodat het land bruikbaar werd. Op luchtfoto's zijn deze sloten nog goed te zien.

Ontginning leidde tot inklink en omkering van het land. Het kwam lager dan de rivier te liggen. Waterstaatkundige maatregelen –waterhuishouding- werden nodig om te voorkomen dat het land onder water liep. De rivier de Vecht werd boezemwater.

Machtsstrijd, kastelen & economische activiteiten

Na een stevige machtsstrijd tussen de graven van Holland en de Utrechtse bisschop –de kastelen langs de Vecht herinneren hier nog aan- waren de grenzen tussen het Sticht en Holland 1350 vastgelegd. Inmiddels was het land ook ontgonnen. Door vernatting en turfwinning ging echter steeds meer akkerland verloren en werd overgeschakeld op veeteelt.

Dit leidde niet tot ontvolking maar stimuleerde de ontwikkeling van andere economische activiteiten en industrieën, zoals visserij, jacht, kaasmakerij, brouwerijen, touwslagerijen, steen- en pannenbakkerijen en transport.

Vervening & droogmakerijen

Het met moeite ontgonnen land werd vanaf de 16de eeuw grootschalig afgegraven voor het winnen van turf.

Door deze vervening ontstonden grote gebieden met legakkers en petgaten, die op termijn open plassen werden. In de hoop vruchtbaar land weer terug te krijgen en om de dreiging van het water tegen te gaan, zijn in de 19de eeuw diverse plassen ingepolderd, zogenaamde droogmakerijen.

Buitenplaatsen & industralisatie

Toen bij de Opstand in 1578 calvinistische kooplieden in Amsterdam de macht overnamen, was de helft van de plattelandsbevolking actief buiten de agrarische sector. Zij speelden in de daaropvolgende Gouden Eeuw een belangrijke rol in de explosieve groei van Amsterdam, waarbij de stad vervijfvoudigde en de bevolking toenam van minder dan 30.000 tot rond 200.000 inwoners. De kooplieden-patriciërs belegden hun winsten o.a. in boerderijen, goed bereikbaar vanuit de stad, langs rivieren als Vecht, Angstel en Gein en de zandafgraverij bij ‘s-Graveland. Om de enorme stank van de Amsterdamse grachten te ontvluchten, verbleven zij de zomermaanden ‘buiten’. Aanvankelijk in de ‘herenkamer’ van hun boerderij; later lieten zij naar Venetiaans voorbeeld in Hollands lassicistische stijl hun buitenplaatsen bouwen, die tot de dag van vandaag herinneren aan de Gouden Eeuw. Vaak werd bij de buitenplaats een fabriek gesticht. Zo vormden deze een belangrijk onderdeel in de industrialisatie in de Vechtstreek.

Recreatie

Onderbroken door het Rampjaar (1672), waarin veel schade werd aangericht aan dorpen, kastelen en buitens, hield deze bloeiperiode aan tot rond 1750. Daarna zette verval in, vaak uitmondend in sloop. Van de meer dan 200 buitens bestond rond 1975 minder dan de helft. Dan zet herstel in, de buitens worden weer opgeknapt en particulier bewoond.

Door toenemende welvaart en vrije tijd en de vele mogelijkheden die de Vechtstreek en de nabijgelegen plassengebieden bieden op landschappelijk en cultureel gebied, nam ook recreatie steeds meer toe. De streek heeft dan ook niet voor niets de bijnaam: het buiten van de Randstad.

Contact

Voor informatie of opmerkingen over deze site:

Steven de Clercq - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Juliette Jonker-Duynstee - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Luuc Mur - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Colofon

Venster op de Vecht is een project van Stichting Venster op de Vecht op basis van een initiatief van

- Dept. Informatica, Universiteit Utrecht
- Vechtplassencommissie
- Landschap Erfgoed Utrecht

Historie van de Vechtstreek

Het unieke van de Vechtstreek is dat de sporen die de mens in de achterliggende 1000 jaar heeft achtergelaten nog zo goed herkenbaar zijn. De historie is af te lezen aan bijvoorbeeld de buitenplaatsen, parken, fabrieken, sloten, molens of polders. Zij vertellen over het menselijk ingrijpen in het landschap, vanaf het ontstaan ervan tot en met de dag van vandaag.

Text B

Door de meerdere wetenschappelijke kennis werd het gewoon dat de melk die naar de steden werd gebracht eerst gepasteuriseerd werd. Hiermee werd de kans op uitbraken van tubercullose en andere besmettelijke ziekten aanzienlijk verminderd. Pasteuriseren was op het bedrijf niet mogelijk en melkfabrieken werden opgericht. Deze fabrieken produceerden ook veel fabriekskaas. Daarmee moest de zelfkazende boer concurreren met de goedkoper werkende fabriek. Zij deden dit door zeer veel aandacht te schenken aan de kwaliteit van de kaas.
De grote wereldcrisis van de dertiger jaren van de vorige eeuw zijn ook voor de boeren in de Vechtstreek niet ongemerkt voorbij gegaan. Margarine deed zijn intrede en daarmee verslechterde de afzet van boter. De exportmogelijkheden namen sterk af. Deze crisis was echter wel de start van een sterke, door de overheid gestimuleerde, modernisatie van het landbouwbedrijf die na de tweede wereldoorlog vorm kreeg.