ontstaan vechtlandschapeerste bewoningagrarisch bedrijf 1000-1500grote ontginningmachtsstrijd utrecht-hollandkasteleneconomie 1350-1575waterhuishoudingverveningagrarisch bedrijf 1500-1660economie 1575-1850droogmakerijenbuitenplaatsenagrarisch bedrijf 1660-1760agrarisch bedrijf 1760-1870industrialisatieagrarisch bedrijf 1870-1940agrarisch bedrijf 1945-hedencultuur & recreatiewaterhuishouding
inleiding
meer weten
Vervening
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.

- Turf werd al vanaf de 11de eeuw als brandstof gebruikt
- Veen uit deze regio was erg geschikt om te branden omdat het
mosveen
mosveen; veen onder water ontstaan door afgestorven veenmossen. Mosveen komt voor in dikke lagen en was zeer populair voor het maken van turf. Grote mosveengebieden, zoals het koepelveen van De Ronde Venen en de veenrug ten oosten van de Vecht zijn vrijwel geheel verdwenen door de productie van turf.
was en weinig rook gaf
- Vanaf de 16de eeuw werd met baggerbeugel ook onder water turf gewonnen
- Patroon van legakkers en petgaten dat door turfwinning ontstond veranderde door het wegslaan van de legakkers, waardoor open plassen ontstonden
- In de 19de eeuw werd het veenbaggeren gemechaniseerd, waardoor tot op ca 4. meter diep gestoken kon worden

Al in de elfde eeuw werd gedroogd veen gebruikt als brandstof. De eerste laag onder de vegetatie werd weggestoken tot het grondwater en gedroogd. De gedroogde brokken veen werden als brandstof gebruikt. Door de geringe hoeveelheid beschikbaar hout was er een groeiende behoefte aan andere brandstof zodat de behoefte aan turf snel groeide vooral toen in de 17de eeuw de steden snel groeiden en de industrie steeds meer turf ging gebruiken.
 
Mosveengebieden.
Als grondstof voor de turf was het
mosveen
mosveen; veen onder water ontstaan door afgestorven veenmossen. Mosveen komt voor in dikke lagen en was zeer populair voor het maken van turf. Grote mosveengebieden, zoals het koepelveen van De Ronde Venen en de veenrug ten oosten van de Vecht zijn vrijwel geheel verdwenen door de productie van turf.
erg geliefd. Het brandde makkelijk en het gaf weinig rook.  De mosveengebieden in de Vechtstreek liggen in de westelijke Vechtstreek in het midden van het koepelveen van de Ronde Venen en in de oostelijke vechtstreek in de brede strook veen tussen de Vecht en de Na het drogen werd de turf opgslagen in grote hopen, steupels, voor het werd afgevoerd naar de stad.zandgronden van de heuvelrug. Pas in de 19de eeuw ontstond belangstelling voor het
rietveen
rietveen; Rietveen is het veen dat onderwater ontstaat door afgestorven riet. Over het algemeen is rietveen rijker aan mineralen dan
mosveen
mosveen; veen onder water ontstaan door afgestorven veenmossen. Mosveen komt voor in dikke lagen en was zeer populair voor het maken van turf. Grote mosveengebieden, zoals het koepelveen van De Ronde Venen en de veenrug ten oosten van de Vecht zijn vrijwel geheel verdwenen door de productie van turf.
en
zeggenveen
zeggenveen; Veen onder water ontstaan door afgestorven zeggen. Zeggenvenen zijn voedselarm en komen in de Vechtstreek voor in smalle zones.
. Komt rietveen in aanraking met zuurstof dan mineraliseert het snel.De veenweiden liggen voor een belangrijk deel op rietveen.
als basis materiaal voor de turfproductie (zie ook: ontstaan van het landschap).
 
Slagturven.
Toen in de 16de eeuw het slagturven werd gebruikt ontstond de mogelijkheid om Het opbaggeren van het veen met de baggerbeugel was zeer zwaar werk.ook het veenpakket onder water voor de turfproductie te gaan gebruiken. Met een baggerbeugel werd het veen uit het trekgat of
petgat
legakker; Smalle akker tussen de petgaten ontstaan door vervening.In de 16de tot de 19de eeuw werd het opgebaggerde veen hier uitgespreid en gedroogd voor de productie van turf.
opgebaggerd en op de
legakker
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.
verwerkt en gedroogd. Het grote voordeel van deze methode was dat er veel meer veen gebruikt kon worden, het grote nadeel was dat er grote gebieden definitief verloren gingen voor het agrarisch bedrijf.
 
De waterwolf.
Door de golfslag en de vorst verdwenen veel legakkers en ontstonden grote wateroppervlakten. Door voorwaarden te stellen aan de
vervening
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.
probeerde men het ontstaan van grote wateroppervlakten te voorkomen. Dit had over het algemeen weinig resultaat.  Pas na het droogmaken van de wateroppervlakten Typisch legakkerlandschap, in sommige delen zijn de legakkers al weggeslagen en ontstaat een open plassengebied.kwam het areaal weer ter beschikking van het agrarisch bedrijf (zie ook; droogmakerijen). In de oostelijke vechtplassen zien we onder invloed van het kwelwater de petgaten weer
verlanden
verlanden; Het proces dat water door de groei van (water) planten langzaam overgaat in land. bevaarbaar water kan in 50 jaar verlanden tot beloopbaar land.
, zodat op die manier moerassen en ten slotte weer agrarisch gebieden ontstonden (zie ook: verlanding).
 

Het gebied van de latere polder Groot Mijdrecht is nog nat, de vervening van de latere Vinkeveense Plassen is al in volle gang.Mechanisatie.
Aan het einde van de negentiende eeuw werd het baggeren van het veen gemechaniseerd. De veensteekmachine  sneed nu onder water plakken veen die in een bak werden gemengd met water en op de
legakker
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.
werden verspreid. Het zeer zware baggerwerk had hiermee afgedaan en er kon tot op een grotere diepte veen gewonnen worden. Daar er in het gebied van de Vinkeveense Plassen een dikke veenlaag aanwezig was kon tot op meer dan vier meter diepte verveend worden.
 
Het einde van een bedrijfstak.
De laatste concessies voor het baggeren van veen werden afgegeven in 1887 voor het gebied van de Vinkeveense Plassen. Deze concessie was afgegeven voor een periode van 90 jaar, zodat in 1977 definitief het baggeren van veen stopte. De laatste decennia werd de bagger niet meer gebruikt voor de productie van turf, maar als veengrond gebruikt in de tuinbouwgebieden.
Vervening
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.


Reeds bij de ontginning van het Utrechtse veengebied gebruikte de mens het gedroogde veen als brandstof. Zo werd in het gebied achter de Drecht tegen ‘t Gooi tegelijk met het ontwateren en in cultuur brengen van het land een laag veen afgegraven dat als brandstof werd gebruikt. De vergraven landerijen werden de vullinghlanden genoemd. Het gebruik van gedroogd veen als brandstof werd steeds populairder omdat de aanvoer van hout uit de zandgronden terugliep en de het aantal inwoners en de industrie in de steden Utrecht en Amsterdam snel groeide.

Droge
vervening
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.

Vooral het veen ten oosten van de Vecht om Loosdrecht en het veen van het koepelveen in de Ronde Venen was populair. Dit veen was gevormd door de massale groei van veenmossen. Het gaf niet zo erg veel warmte, maar veroorzaakte bij de verbranding weinig rook. Daar de schoorstenen in de Middeleeuwen nog gebrekkig waren was de turf van het
mosveen
mosveen; veen onder water ontstaan door afgestorven veenmossen. Mosveen komt voor in dikke lagen en was zeer populair voor het maken van turf. Grote mosveengebieden, zoals het koepelveen van De Ronde Venen en de veenrug ten oosten van de Vecht zijn vrijwel geheel verdwenen door de productie van turf.
uit de genoemde gebieden dus erg belangrijk. Grote gebieden werden afgegraven. Men ging echter niet diep en de afgraven landerijen bleven wel in gebruik als agrarische gronden. Vooral de veeteelt was belangrijk daar de landerijen door het afgraven en de
inklink
inklink; Het veen dat door ontwatering van het landschap boven het grondwater komt te liggen verteert. Hierdoor zakt het landschap, dit noemt men inklink. De inklink kan meer dan 2 cm per jaar bedragen.
te laag waren komen te liggen voor de akkerbouw.

Natte vervening
Dit veranderde toen in de 16e eeuw de natte
vervening
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.
op gang kwam. Deze methode was reeds enkele eeuwen bekend in Engeland (East Anglia) en kwam in de 16e eeuw in Holland en Utrecht op gang. Hierbij werd veen en bagger met een baggerbeugel uit het water getrokken, op het land gemengd met water en vervolgens op de
legakker
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.
uitgespreid om te drogen. Men baggerde dus van de
legakker
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.
in de sloten en vaarten ernaast. De sloten en vaarten werden daardoor steeds dieper, maar vooral ook breder. Grote hoeveelheden veen die onder het waterniveau lagen kwamen zo beschikbaar en de turf die zo geproduceerd werd was zwaarder en gaf aanzienlijk meer warmte. Dit paste in het beeld dat de steden steeds meer brandstof bleven vragen.

Ontstaan veenplassen
In de eeuwen daarna verdwenen grote oppervlakten land en bleven alleen smalle legakkers over. Door de stormen en de vorst werden de legakkers aangetast en weggeslagen en tenslotte bleef alleen een groot wateroppervlak over. De Hollandse en Utrechtse plassen werden op deze manieren gevormd.
De overheden maakten zich zorgen over de toenemende afmetingen van de plassen. De kracht van de golfslag nam toe en daarmee het afkalven van de oevers. Om de legakkers te behouden moesten deze ingeplant worden met elzen en vlak bij de oude oevers en dijken mocht niet verveend worden, maatregelen die niet veel hebben geholpen. Sinds 1790 werd de
vervening
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.
dan ook alleen toegestaan als er en droogmaking op volgde. Zo is in de loop van de tijd het gehele gebied van de Ronde Venen op de Vinkeveense Plassen en de Botshol na weer drooggemaakt.

Einde tijdperk
vervening
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.

Het werk van de vervener was uiterst zwaar. Vooral het baggeren met de baggerbeugel deed de veenwerkers snel verouderen. Met de komst van de stoommachine werd het baggeren met de baggerbeugel gemechaniseerd. In het gebied ten oosten van de Vecht waren toen al geen bruikbare verveningsgronden over. Ten westen van de de Vecht ging de
vervening
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.
nog door en hier werd de veentrekmachine vanaf het einde van de 19e eeuw toegepast totdat halverwege de 20ste eeuw aan de
vervening
petgat; min of meer smalle strook water waar in de 16de tot 19de eeuw het veen is weggebaggerd voor de turf productie. Petgaten zijn meestal niet dieper dan 2 m.
een einde kwam.
  • Zeiler, F.D., Het Groot-Waterschap van Woerden. Ontginning en waterbeheersing, 1165-1994 [Matrijs]., ISBN:
  • Melman, P., Baas, t., Scharringa, K., Thomassen, E., & Van ’t Veer, R. (2005), Atlas van de natuur in de Vechtstreek, Castricum , ISBN:
  • Hendrikx, J.A., De ontginning van Nederland. Het ontstaan van de agrarische cultuurlandschappen in Nederland [Matrijs]., ISBN:
  • Dekker, C. & Aalbers, J. (red.) (1997), Geschiedenis van de provincie Utrecht Utrecht, Utrecht 1997 [Stichtse historische reeks], deel 1, ISBN:
  • Buitelaar, A.L.P. (1993), De stichtse ministerialiteit en de ontginningen in de Utrechtse Vechtstreek (dissertatie), Hilversum 1993., ISBN:
  • Tastbare tijd. Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, Blijdenstijn, R. (2005, ISBN:
kaart
Ontstaan Vechtlandschap
Eerste bewoning
Agrarisch bedrijf 1000-1500
Grote ontginning
Machtsstrijd Utrecht-Holland
Kastelen
Economie 1350-1575
Waterhuishouding
Vervening
Agrarisch bedrijf 1500-1660
Economie 1575-1850
Droogmakerijen
Buitenplaatsen
Agrarisch bedrijf 1660-1760
Agrarisch bedrijf 1760-1870
Industrialisatie
Agrarisch bedrijf 1870-1940
Agrarisch bedrijf 1945-heden
Cultuur & recreatie
Waterhuishouding
verander wachtwoord - log uit
COOKIES
Deze website maakt gebruik van Cookies. - Wilt U Cookies toestaan?